

NRC Handelsblad
01 September 2017, NH Vrijdag


Section: Economie; Blz. 4
 Carola Houtekamer

Dat zei Andrew Berkhout, directeur van autodeelbedrijf Greenwheels vorige week in NRC Weekend.
NRC checkt
De aanleiding
In Amsterdam moet je wel zeven jaar op een parkeervergunning wachten. Dat stelde Andrew Berkhout, directeur van autodeelbedrijf Greenwheels vorig weekeinde in een interview op de economiepagina’s vanNRC. De oplossing die hij aandraagt is natuurlijk: auto’s delen. Maar is de wachttijd op een parkeervergunning wel zo lang in Amsterdam? We checken of het klopt. 
Waar is het op gebaseerd?
Andrew Berkhout laat aan de telefoon weten dat hij die zeven jaar wachttijd heeft gehoord van „iemand van de gemeente", hij weet niet meer van wie. Goed, het zal niet overal zo hoog zijn, maar de wachttijd kan wel oplopen. 
En, klopt het?
Op de website van de gemeente Amsterdam staat exact in welke buurt je hoeveel maanden moet wachten op een parkeervergunning. Staat je wijk er niet bij, dan is er geen wachttijd.
Een eerste blik op de lijst laat zien dat de gemiddelde wachttijd niet in de buurt zal komen van zeven jaar. De lijst telt drie gekke uitschieters. Op het GWL-terrein bij het Westerpark moet je ruim 19 jaar wachten op een parkeervergunning. Maar goed, dit is dan ook gebouwd als een autovrije wijk. De bewoners die nu toch een auto voor de deur willen stallen, kunnen daar inderdaad lang op wachten. Er zijn nog twee andere uitschieters. In parkeergebied ‘Bos en Lommer 1.3’ wacht je 125 maanden, ruim tien jaar, op een vergunning. Dat is het oude administratiekantoor van de gemeente, waar je nu ook in kunt wonen. En bij een klein stukje bij het Westerpark moet je 85 maanden wachten. Elders is het aanzienlijk korter. 
Hoelang is het nou precies? We doen een eerste, lompe gooi. Pak alle wachttijden die er zijn, deel ze door het aantal wijken met een wachttijd en het antwoord is 38,7 maanden, iets meer dan drie jaar. 
Dit is natuurlijk een dramatische overschatting. Er zijn immers heel veel wijken zonder wachttijd. En een grote, dichtbevolkte wijk tikt veel zwaarder aan dan één druk straatje. 
Complicatie: de gemeente Amsterdam heeft geen lijst paraat met het exacte aantal inwoners per parkeervergunningsgebiedje. De afdeling bevolkingstelling snijdt de stad in andere taartpuntjes dan de afdeling parkeren. 
We berekenen het daarom als volgt. Als er in een bepaalde wijk één of meer wachttijden gelden, dan middelen we die en laten we die voor de hele wijk tellen. Dus de zes maanden die je in De Pijp moet wachten en de ene maand wachttijd in de Rivierenbuurt Noord middelen we tot 3,5 maand. Dat laten we tellen voor alle inwoners van ‘stadsdeel Zuid 3,4’: 64.915  stuks in totaal. En dat voor alle wijken. Het totaal delen we door alle inwoners van Amsterdam. Dit geeft ook een overschatting, maar een kleinere. We wegen nu immers de wijken en tellen alle straten zonder wachttijd mee. Tikken we het zo in Excel in, dan komt de gemiddelde tijd op ruim 13,5 maand, iets meer dan een jaar. 
Conclusie
Het lukt niet om een exacte gemiddelde wachttijd op een parkeervergunning per inwoner van Amsterdam te berekenen. Inwoneraantallen per parkeervergunningsgebiedje zijn niet bekend bij de gemeente. Maar zelfs als we de wachttijden per vergunningsgebiedje laten tellen voor de hele wijk – wat een forse overschatting oplevert – dan nog komt de gemiddelde wachttijd uit op iets meer dan een jaar. En dat is veel minder dan de zeven jaar die Andrew Berkhout stelt. We beoordelen de bewering daarom als onwaar. 
Carola Houtekamer
 
 